Wat een zomer.

Terwijl de weergoden ons het hele voorjaar en ook de zomer in de steek lieten en men ondertussen toch wereldkundig maakt dat deze zomer de warmste zomer ooit opgemeten is – wereldwijd dan-, genieten wij dagelijks van prachtige beelden uit het zonovergoten Rio. Een sportzomer is het over de hele lengte. Ik reken daar het triestige balspelletje van in juni niet bij. Ja, dames en heren, ik heb me geërgerd aan dat wansmakelijk gesjot in de Europese kampioenschappen voetbal. De beelden, al of niet vertraagd tonen onomstotelijk aan dat er op die grasmat puur toneel wordt gespeeld. Elleboogstoten die je enkel bij Bruce Willis ziet worden gefaked.

Scheenbeenfracturen geveinsd en kopstoten met ongelooflijke grimassen benadrukt om tien seconden later doodgemoedereerd en zonder scrupules opnieuw als een jong veulen het veld rond te dartelen. Neem daar nog bij dat al die vetbetaalde heren zo egoïstisch rondlopen op de groene mat en het vertikken om te passen naar nog zo’n grootverdiener omdat die de eer van een doelpunt zou kunnen opstrijken en zijn marktwaarde aldus boven de assist gevende speler zou stijgen. Nee, die heisa en dat nationale gevoel dat daar tentoon wordt gespreid en waar de media zo geil van waren dat ze er ons 26 uur op 24 mee om de oren moesten slaan, daar heb ik, op één match na- gelukkig juist die waar onze Rode duivels- eens hun waarde wel wisten te tonen, mij gelukkig van onthouden. Geef mij maar die sporten waar ’t grote geld geen rol speelt, waar politiekers niet gratis mogen aanzitten in de VIP loge, en waar de echte doorzetter en gemotiveerde atleet het voor doet.

Rio riant in de kijker.

De spelen zullen alweer als “de beste ooit” betiteld worden, daar zijn grootmoedige speeches altijd goed voor. Kantnoten zullen weggemoffeld worden. De Favela’s doodgezwegen of gewoonweg weggebulldozerd. Indianenvolkjes worden politioneel doodgedrukt en de vervuiling van de baai komt enkel tot uiting als onze nationale trots Evi Vanacker er enkele dagen lang voor op het toilet moet huizen. Toen de hele heisa rond de dopingperikelen van Poetin opdoken had ik ook alweer geen zin meer om te kijken naar ’s werelds grootste sportevenement. Het gesjoemel van de grootste sportorganisatie -altijd als de enige federatie afgeschilderd die zich niet met politiek bezighoudt- het IOC net voor de spelen, ik had er een dégout van. Dat de Russen niet mochten meedoen vond ik persoonlijk geen slechte beslissing, maar de manier waarop al die dingen doorgedrukt of meegedeeld werden, nee…. Bah, ’t was er weer over.

Eén man heeft me weer over de schreef getrokken. Greg Vanaevermaat. Een echte werker, zo ééntje als boer Speelty, voor die mensen die zich het feuilleton nog herinneren. Never give up, blijf wroeten, werken, baggeren en ’t komt ooit eens tot dat ongelooflijke moment waarop iedereen moet erkennen hoe groots je bent. Ik heb mee zitten gillen in mijn zetel, of nee ik stond recht en supporterde om hem te helpen over die meet te komen. Het haar komt me bij het typen alweer recht, zo beklijvend was het, zo emotioneel. Dat zijn tenminste nog eens klasbakken, die schaafwonden, halve en hele breuken trotsteren, desnoods  bloedend als een stier over de meet rijden. Hier wordt geen toneel gespeeld ook al lonkt het dopingspook altijd wel ergens om de hoek.

En nu over ons.

Wat hebben we uitgespookt de laatste paar maanden. Toen ’t voetbalspelleke nog niet begonnen was moesten we nog één mijlpaal verzetten. Het Frans kampioenschap in Rouen. We schrijven begin juni. Door de moeilijke wedstrijdkalender van het voorbije seizoen leek het dit jaar niet zo rooskleurig aan te komen, dat eindspurtje van ons werkjaar. Slechts, en dit voor het eerst sinds jaren, 13 springers hadden zich kunnen kwalificeren, waarvan er 11 konden deelnemen. We hadden er wel hard voor gewerkt maar ik zag het helemaal niet rooskleurig tegemoet. Beter zo ernaar toe kijken en het helemaal anders zien uitdraaien dan andersom.

Met z’n elven brachten we maar liefst negen medailles mee naar huis. Dit was ongezien; Daarenboven hebben we drie Franse titels behaald (weliswaar officieus, omdat we geen Frans paspoortje hebben) maar we stonden wel helemaal boven op het podium. Rouen, meestal zien wij die stad zowat als een grijze industrie en havenstad, daar zullen we niet meer denigrerend over doen, nee hoor. Nog nooit was de finale van de Franse competitie zo geregisseerd . ’t Was top, muziek, licht, het showgehalte van het geheel en vooral de puike prestaties van iedereen in zo’n ambiance overgoten met nagenoeg 3500 toeschouwers, daar moest en zou het onderste uit de kan gehaald worden door de atleten. Ese opende de score voor ons. Ze had maar liefst 3.5 pt voorsprong op alle concurrenten uit Frankrijk, gewoon overklast. Femke en Hanna haalden in ’t synchroon de hoogste score evenals Merel en Augie. Zilver en Brons was dan weer weggelegd voor Darwin, Femke, Merel en Viktor. Op het eindklassement per club staan we op plaats 7 van de meer dan 150 tellende rancking. Dit was een feestje waard.

Even stil.

Dan wordt het eventjes wat kalmer. ’t Is bloktijd voor springers, maar het kriebelt dan al voor de tentenstage aan de sporthal. We hebben het onderste uit de kan moeten halen om nog aan legertenten te geraken, maar we hebben overal tentakels en er kwam een heuse nonkel “Kolonel van de para’s” aan te pas om alsnog kakikleurige onderkomens te vinden op het plein achter de trampolinehal. Een echte Mongoolse yoert er nog aan toe gevoegd en iedereen kon rustig slapen. Vijf dagen keihard trainen met een bende Fransen erbij, die dan nog hun “Equipe de France” zagen verliezen van de Portugezen, was dit alweer een zeer hoogstaande stage. Ons bord stond vol nieuwe bijgeleerde sprongen, veel meer bereikt dan vorig jaar. Dus iedereen content. De zaal nog even opgepoetst om er halverwege augustus weer te kunnen invliegen. Dan horen we een viertal weken niets meer, iedereen zwermt uit voor een welverdiende congé payé.

Overleven.

Terwijl de Olympische spelen op hun laatste benen lopen starten onze atleten met een heuse survivaltocht. Sport, spel, een beetje afzien, wat breinwerk en blaren erbij, een paar vreemde slaapplaatsen, een hudo zelf maken en een eigen douche buiten opstellen, ’t hoort er allemaal bij. Op drie verschillende plaatsen uitslapen, in een schaapsstal, een oude bobijnfabriek en in een schooltje om dan terug te vallen op de welgekende sporthal om twee dagen conditie en techniek alweer te oefenen op die springtafels, ge moet het geen twee keer vragen aan de gasten. Ze gaan allemaal mee en de zeskoppige trainersbende heeft er weer eens een lap op gegeven. De springers weten nooit waar ze zich aan moeten verwachten en moeten goedlachs of kwaadschiks alles maar aanvaarden wat hen voorgeschoteld wordt. Trein, fiets en voeten, sprinten en uithouding, verkeerde maaltijden op verkeerde tijdstippen en gemarkeerde kaarten ten spijt, alles moeten ze maar slikken. En zo wordt de teamspirit aangescherpt om er volgend seizoen weer te staan. Avonturen tegemoet, winnersmentaliteit boven halen en vooral zich amuseren in onze echte sport, zonder contracten, zonder fabuleuze bedragen, zonder VIP loges en – behandelingen. Puur amateurisme van de hoogste plank. We blijven volharden en vooral “we blijven het graag doen”.

Onze kalender.

20-24 augustus ’16     survival een beetje hier en een beetje daar

6 september        officiële start met de eerste trainingen voor alle nieuwkomers

Eind oktober             Internationale David Ward Hunt cup in Engeland (Gullingham)

vzw Lenig en Vlug

 
Contactpersoon
Adres:
Turn- en Trampolineclub
Grote Heerweg 87
8791 Beveren-Leie

Telefoon: +32 (0)56 719295

Gegevens: BTW: BE 0449.285.588
Rekening Crelan: BE18 8600 1339 4365 (SPAA BE22)

Adres van de SPORTHAL
"Den Averul"
Koning Albertstraat 18
8791 Beveren-Leie
 

 

Dit is een ongeldig emailadres.

Vul een onderwerp in.

Vul uw bericht in.


Invalid Input

­