La route des Romaines

La douce France, een alom gekende slogan, en telkens wij Lille naderen, dan is er weer dat vakantiegevoel, dat reizen, onderweg zijn om te leren, om te springen en ook om te genieten. ’t Is anders, dat competitie springen bij de zuiderburen, anders gestructureerd, heel verfijnd en omlijnd, geen nijd en haat en vooral technisch zowat altijd perfect georganiseerd. Nooit met tegenzin vertrekken naar de wedstrijd, dat is het gevoel dat we in de Belgische competitie niet kennen. ’ t Is hier altijd wat om ons over te ergeren, maar daar wou ik het niet over hebben. Een “ritje” doen betekent voor ons: glooiende landschappen, opkomende zonnen, bossen en maretakken, rivieren en kastelen in overvloed.

Als er ook maar even de mogelijkheid is om wat meer tijd te spenderen tijdens het freewheelen over de autosnelwegen, dan laten we dat niet na. Om naar de “coupe de France te rijden naar St –Etienne hadden we voor de verre verplaatsing een extra overnachting in Nemours voorzien zodat we op vrijdag ruim de tijd hadden om de resterende 400 km af te leggen in de niet te miskennen “Bourgogne streek”. Afzwaaien dus ergens aan een verlaten afritje, we rekenen de verplichte “péage” af en verliezen onszelf en soms ook één of andere volgwagen in het “Oh zo mooie landschap van Tournus en Cluny”. Twee verplichte anecdotes in de cursus “Antieke Cultuur” op school vanwege hun onmiskenbare karakteristieken voor de Romaanse bouwstijl. Het kerkje van Tournus is het typevoorbeeld van Romaanse architectuur terwijl de Abdij van Cluny zowat het summum is van die stijl maar dan in groteskere vormen. Tussen de twee in ligt het idyllische dorpje Cormatin met zijn fantastisch mooie kasteel, waar we wel onze boterhammen opaten op de parking van het kasteel, maar jammer genoeg te vroeg op het seizoen arriveerden om de tuinen en “le château” te bezoeken.

De rit doorheen dit landschap is onwaarschijnlijk sprookjesachtig, en kregen we ook een extra Dexia-uitkering zoals die patrons die de bank goed zouden moeten hebben beheerd, dan zou ik niet aarzelen om één van die vele kasteeltjes of wijnboerderijen op te kopen en er gezellig mijn pastis te drinken als rentenier, maar nee, we moeten verder, il y a une bataille à faire à St-Etienne.

Zoetemelken…

Of is het een Poulidorreke doen, of tegenwoordig een Leif Hosteke,… dat was de gedachte die me in St Etienne vorig weekend (we schrijven 9 maart) op vrijdagavond onrustig maakte. We hadden zonet het synchroonspringen van de “Coupe de France” achter de rug en “zegegeil” zoals we de laatste jaren waren, wisten we nagenoeg met zekerheid dat we minstens twee van die bekertjes naar huis moesten meehebben, maar onze springers dachten daar blijkbaar anders over. Akkoord, mea culpa misschien, we hadden er niet extra hard voor getraind, maar we weten dat onze pubers er normaal geen moeite mee hebben om de ietwat eenvoudiger oefeningen ook samen goed uit te voeren. Ditmaal leek het echter dat we bij de meesten geen echte koppels, maar individuen op de springmat hadden staan. Ze gingen wel door hun reeksen maar ja, van synchroonspringen was minder te zien. Levallois profiteerde van onze springlosbandigheid en ging met onze bekers lopen. Julien en compagnie waren maar al te fier dat niet wij , maar zij op het hoogste podium pronkten. ‘k Heb het na de wedstrijd wel eventjes duidelijk uitgelegd aan onze wippers. De meesten kenden echter Zoetemelk al niet meer, maar Merckx, die staat overal in ’t geheugen gegrift, en dat is wat ze toch snel doorhadden. Nee, jongemensen, we rijden geen 760 km om ongeconcentreerd uw goesting te doen, we willen Merckx’sen en niet de wieltjeszuiger uithangen.

Coup de Merckx

De “Coupe de France” is de op één na hoogste wedstrijd in Frankrijk. Een deugddoende maaltijd na teveel tweede plaatsen, en rond 10 u 30 ’t gekende formule 1 bed in, om dan in alle rust rond 9 uur, na een baguette met confituur, de wedstrijd aan te vangen, en in de immense hal “Omnisport van St- Etienne” de nodige concurrentie te scouten, dat zijn de ideale ingrediënten om de wedstrijdmicrobe aan te wakkeren bij onze gasten. Er waren plots geen Hinaults en Anquetils meer voor ons gasten, Paulien en Renée zagen slechts één Française op plaats brons, evenals Jolien en Marie die metershoog boven de concurrentie uitstaken, met de mooiste opgelegde reeks van Marie die gemiddeld een 9.2 liet optekenen. Ook onze juniores meisjes lieten zich niet onbetuigd en haalden niet alleen brons, maar ook plaats 4 en 5 binnen voor enkele getalenteerde en tot de franse nationale selectie behorende jonge meiden. En we weten het he, het wielerseizoen is nog maar gestart. We moeten nog pieken. Niet alleen onze spitsen deden het uitstekend, zowat iedereen heeft het schitterend gedaan, sommigen missen nog op een haar na de kwalificatie norm (die behoorlijk zwaar is) maar de laatste kwalificatiewedstrijd in Melun, nabij Parijs, zal ook voor hen geen onmogelijke barrière worden. Ge moest eens weten hoe amusant onze tocht naar en van ’t restaurant was. Een zotte bende, zingend, joelend en uitgelaten op naar onze derde nacht Formule 1 hotel, waar we ze toch, iets later dan normaal met de glimlach op ’t gelaat lieten inslapen, eventjes tijd overhoudend om er een lekkere beaujolais nog op te drinken, op onze super bende.

Hij ligt er…

Tegen de tijd dat ’t “beverblaadje” weer in jullie bus valt, is de klus geklaard. Rik Soens en compagnie hebben het onmogelijke waar gemaakt voor ons. Beton gegoten, stalen gedrochten schieten 10 m boven de grond uit, bouten en moeren en panelen komen er aan te pas… in een kleine maand tijd is er al heel wat te zien op de Schapendreef en dan hoort daar de onvermijdelijke, maar voor ons een ware “must” bij: het leggen van een symbolische eerste steen. Wij knijpen ons nog dagelijks in de wangen, om er maar zeker te zijn dat dit werkelijkheid is, een trampolinehal rijst uit de beverse grond. We zijn fier met die “eerste steen”, fier met de inspanningen, fier op die mensen die de klus voor ons klaren, fier op de initiatiefnemers, en vooral fier dat onze sport dan toch na al die jaren van overtuigende werking helemaal in de “picture” komt. We hebben er eentje op gedronken, het zand en de resterende mortelklad uit onze schoenen geklopt en getoast op alle goden die dit voor ons verwerkelijken. Santé en vivat “Lenig en Vlug”. Toch wel een unieke prestatie van onze politieke sympathisanten uit Waregem, van de West-Vlaamse deputé en de West-Vlaamse sportdienst. We zijn blijkbaar hun erkenning meer dan waard. Prosit.

Agenda

24 maart eerste steenlegging van de trampolinehal
24-25 maart Vlaams kampioenschap in Ingelmunster
week van 26-30 maart jeugdsportkamp in de sporthal: organisatie Lenig & Vlug
9- 14 april Europees kamp in st Petersburg: Simon Debacker gaat mee

vzw Lenig en Vlug

 
Contactpersoon
Adres:
Turn- en Trampolineclub
Grote Heerweg 87
8791 Beveren-Leie

Telefoon: +32 (0)56 719295

Gegevens: BTW: BE 0449.285.588
Rekening Crelan: BE18 8600 1339 4365 (SPAA BE22)

Adres van de SPORTHAL
"Den Averul"
Koning Albertstraat 18
8791 Beveren-Leie
 

 

Dit is een ongeldig emailadres.

Vul een onderwerp in.

Vul uw bericht in.


Invalid Input

­